Hoe een pop Gouda laat herinneren

Foto: Rob Radix, Kontakt Goudse Post: de Jaarlijkse Holocaustherdenking, afgelopen zondag 25 januari in Gouda

Gouda | Soms is het geen foto, geen document en geen monument dat je raakt, maar iets veel kleiners. Iets wat je zo zou kunnen oppakken. Een pop. Tijdens de jaarlijkse Holocaustherdenking in Gouda sprak burgemeester Pieter Verhoeve over zo’n pop. Niet als symbool op afstand, maar als stille getuige. De pop van Edith Roseij Beek. Een meisje van negen jaar, geboren en opgegroeid in de binnenstad, vermoord in Auschwitz in 1943.

Weet u het geheim van poppen?” vroeg de burgemeester. “Kinderen spelen er zo graag mee.”
In elke kleuterklas is er wel een poppenhoek. Ook in de Lego-winkel aan de Lange Tiendeweg zie je ze overal: plastic poppetjes. Geel. Hard. Vertrouwd. Die tegenstelling snijdt. Want de pop waarover hij sprak, is zacht. Tastbaar. Menselijk.

Edith was een kind van de stad

Edith Beek woonde met haar ouders tegenover de huidige Lego-winkel. Dochter van huisarts Arnold Beek. Donkerbruine ogen, blond haar. Een meisje dat in de jaren dertig huppelend door de stad liep, op weg naar school. Zoals kinderen dat vandaag nog steeds doen.

Omdat ze Joods was, werd ze vermoord. Net als Anne Frank. Net als Ellen Maryke Rosenthal, een baby van zeven maanden, geboren in Gouda en nog geen jaar later vergast in Auschwitz. In totaal werden 389 Joodse Gouwenaars vermoord.

Hun namen klinken tijdens de herdenking hardop. Niet als statistiek, maar als mensen. “De Talmoed zegt dat een mens pas vergeten is als zijn naam niet meer genoemd wordt,” zei de burgemeester.

Een pop die blijft

De pop van Edith is er nog. Vorig jaar lag ze in Museum Gouda, in een tentoonstelling die veel stadsgenoten diep raakte. Sommigen kwamen meerdere keren terug. Niet uit sensatie, maar uit betrokkenheid.

De burgemeester vertelde hoe zijn jongste dochter Rosanne die pop zo in haar babybuggy zou kunnen leggen. Dat maakt het ongemakkelijk dichtbij. De pop is gebleven. Edith werd in 1943 vermoord door de Nazi’s. Negen jaar oud.

Foto: Hester Hage, Kontakt Goudse Post: tentoonstelling in Museum Gouda ‘Edith, een gewoon Gouds meisje’ (2025).

Niet alleen een verhaal van daders ver weg

Wat deze geschiedenis extra schuurt, is dat zij zich niet alleen ver van Gouda afspeelde. De burgemeester benoemde expliciet d)e rol van de gemeente zelf.

Vanaf 1941 mocht Edith niet meer naar het Van Bergen IJzendoornpark, niet meer naar het Spaardersbad, niet meer naar bioscoop Thalia. De borden met “Joden verboden” werden door de gemeentepolitie besteld en betaald. De bonnetjes liggen nog altijd in het archief. Er hingen er al 98. Volgens de hoofdagent waren er nog 33 extra nodig.

Ook de Casimirschool, waar Edith zat, stuurde na de zomer van 1941 een briefje naar het gezag met de namen van Joodse kinderen die per 1 september van school werden gestuurd. In het stadhuis op de Markt maakte de gemeentesecretarie ondertussen nauwkeurige lijsten voor de bezetter. Achter namen kwam een J te staan.

Het gebeurde niet met geweld, maar met formulieren. Met routines. Met mensen die “gewoon hun werk deden”.

Foto’s: Rob Radix, Kontakt Goudse Post: de Jaarlijkse Holocaustherdenking, afgelopen zondag 25 januari in Gouda

Nee is altijd een optie

Juist daarom trok de burgemeester de lijn naar nu. “Dit is ook een les voor vandaag,” zei hij. Politici en bestuurders kunnen hun ondergeschikten vragen onrechtvaardige dingen te doen. Maar nee is altijd een optie. Ons denken is vrij. Hij verwees naar filosoof Kant, die benadrukte dat ambtenaren ook vrijheid van geweten hebben, omdat hun rede hen daartoe dwingt.

Vrijheid is niet alleen iets om te vieren. Het is iets dat steeds opnieuw bescherming vraagt.

Brieven uit de pastorie

Edith dook onder bij een remonstrantse dominee in Zwammerdam. Vanuit de pastorie schreef ze lieve briefjes aan haar ouders. Over school. Over de poes die een vogel had gevangen. Over haar gewicht. “Ik weeg 50 pond.”

Op 22 april 1943, een dag na haar verjaardag, werd ze verraden door een Nederlandse politieagent. In november van dat jaar kwam ze aan in Auschwitz. Na drie dagen in een veewagon werd ze direct naar de gaskamers gestuurd. Onder begeleiding van muziek. Ritmische, bijna vrolijke muziek, bedoeld om wantrouwen te sussen. De titel van de herdenking dit jaar was daarom pijnlijk raak: Vrolijke, harde vrijheid.

Namen blijven noemen

Over Edith verscheen een kinderboek, geschreven door Lianne Biemond, die bewust koos voor een vorm die jonge lezers serieus neemt zonder de werkelijkheid te verzachten. Zij koos ervoor om Edith niet te benaderen als symbool, maar als meisje: met een eigen stem, een eigen blik, een eigen plek in de stad. Het boek laat zien hoe uitsluiting langzaam begint en hoe ingrijpend de gevolgen zijn, juist omdat ze zo alledaags lijken. In 2025 kreeg Edith bovendien een tentoonstelling. Uitgerekend in het museum waar ze vanaf 1941 niet meer mocht komen. Alsof de stad haar, tachtig jaar later, alsnog binnenliet. Haar broer Johan had tot zijn dood in 2011 een foto van haar in een rood lijstje op de kast staan: geen monument, maar een dagelijkse herinnering.

Foto’s: Rob Radix, Kontakt Goudse Post: de Jaarlijkse Holocaustherdenking, afgelopen zondag 25 januari in Gouda

De pop van Edith en de 389 namen die Gouda niet mag laten verdwijnen

De jaarlijkse Holocaustherdenking in Gouda vond plaats op zondag 25 januari bij het NS-station, onder de overkapping aan de Bloemendaalzijde. De organisatie lag bij het Gouds Metaheerhuis, namens Joods Gouda, met medewerking van de gemeente.

Joods Gouda had vooraf nadrukkelijk opgeroepen om met veel mensen te komen. Niet alleen volwassenen, maar ook kinderen, familie, vrienden en kennissen. Niet omdat een volle plek mooi staat, maar omdat aanwezigheid iets uitspreekt. Hun boodschap was helder: een grote opkomst is een signaal tegen de steeds heviger wordende Jodenhaat en vóór het blijven herinneren.

Tijdens de herdenking klonk ook de harde lokale maat van het verlies. In totaal werden 389 Joodse Gouwenaars weggevoerd en vermoord. Namen, adressen, gezinnen: een stad die in stilte werd uitgekleed.

81 jaar na de bevrijding van Auschwitz op 27 januari 1945 blijft herdenken daarmee meer dan een ritueel. Het is publieke waakzaamheid. En juist daarom werkt het beeld van de pop van Edith zo krachtig: iets kleins, iets dat je bijna zou willen optillen, dat je dwingt om niet weg te kijken. De pop is gebleven. Het meisje niet. Precies daar, in dat verschil, begint de verantwoordelijkheid om te blijven noemen, blijven zien en blijven vertellen.

De volledige toespraak van burgemeester Pieter Verhoeve is te lezen via deze link: Toespraak Holocaustherdenking 2026 – Gemeente Gouda

MEER

Deel dit bericht:

Facebook
WhatsApp