Onderzoek naar de weidevogelstand; predatie en vegetatie doen ertoe

Zuid-Holland – De provincie spant zich, samen met de partners van het Actieplan Boerenlandvogels, in om de terugloop van het aantal weidevogels te stoppen. Om meer inzicht te krijgen in de oorzaken van de terugloop, zijn de afgelopen jaren meerdere onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken richten zich met name op de overleving van de weidevogelkuikens. Er is namelijk bekend dat de achteruitgang van de weidevogels vooral komt doordat er te weinig kuikens groot worden. Twee belangrijke oorzaken van het niet groot worden van de kuikens zijn predatie en vegetatie. Deze onderzoeken geven richting aan mogelijke oplossingen.

Zuid-Holland is een belangrijke provincie voor boerenlandvogels zoals de grutto, kievit, veldleeuwerik en patrijs. Ruim 15% van de gruttoparen in Nederland komen voor in Zuid-Holland. Helaas gaat het niet goed met veel boerenlandvogels in Nederland, en in Zuid-Holland is dat beeld niet anders. In de terugloop zijn duidelijke verschillen te zien tussen gangbaar boerenland en gebieden met Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer (ANLb) en natuurgebieden die zijn ingericht en beheerd ten behoeve van weidevogels.

Monitoring broedparen

De provincie Zuid-Holland volgt de ontwikkeling van weidevogels op de voet. Onder andere door onderzoek te doen en tellingen uit te voeren in drie deelgebieden: Midden-Delfland, Haaglanden en de Krimpenerwaard. Uit deze monitoring blijkt dat het aantal broedparen van steltlopers – zoals de grutto en tureluur – in de afgelopen 8 jaar met bijna 20% is afgenomen. In boerenland met weidevogelbeheer zijn er tweeënhalf tot vier keer meer broedparen (per 100 ha) dan in boerenland zonder aangepast beheer. In natuurgebieden die optimaal zijn ingericht en worden beheerd voor weidevogels zijn er 3 tot 8 keer meer broedparen (per 100 ha) dan in boerenland zonder weidevogelbeheer. De resultaten laten zien dat zowel in natuurgebieden als in het agrarisch gebied inspanningen noodzakelijk blijven en dat ANLb vruchten lijkt af te werpen.

Onderzoek: Grutto’s in Zuid-Holland in 2023

In 2023 is in 4 gebieden onderzocht of verschillen in kuikenoverleving te relateren zijn aan grashoogte en samenstelling, predatiedruk en insectenaanbod: polder De Nesse, De Wilck, Westeinde en polder Vlist-westzijde.

In 2023 was het broedsucces in De Wilck en Westeinde onvoldoende en in De Nesse en Vlist mogelijk voldoende om de aantallen weidevogels in stand te kunnen houden. Het percentage kuikens dat groot wordt in agrarisch gebied de Vlist, blijkt iets hoger te liggen dan in de natuurreservaten. Het belangrijkste knelpunt is de kleine kuikenfase. Veel variatie in grashoogtes lijkt bevorderlijk te zijn voor de kuikenoverleving, aangezien dit meer dekking biedt tegen predatoren die de afgelopen decennia zijn toegenomen. In alle studiegebieden waren diverse roofdieren actief zoals (zwerf)katten, marterachtigen, vossen en vogels als kraaiachtigen, reigers en roofvogels. Het insectenaanbod lijkt in dit onderzoek geen beperkende factor voor de kuikenoverleving.

Onderzoek: Nestsucces en kuikenoverleving weidevogels
Hoeksche Waard Oudeland van Strijen

In de natuurgebieden Oudeland van Strijen en Groot Koninkrijk in de Hoeksche Waard lag de nadruk van de invloed van predatie meer op het nestsucces, dat wil zeggen het percentage nesten dat minimaal één nest verlatend kuiken of vliegvlug jong voortbrengt. Het nestsucces was voor alle weidevogelsoorten in deze gebieden in 2023 te laag, waardoor de populatie afneemt. Om stabiliteit te bereiken, is het nodig om de predatiedruk van nesten en kuikens te verlagen. In deze gebieden is de belangrijkste predator van legsels de bruine rat. Wat voor ons verrassend is, omdat we dit niet kennen van andere gebieden. Er zijn slechts beperkte waarnemingen van predatie door dagactieve predatoren, zoals zwarte kraai, meeuw, buizerd en bruine kiekendief, dus hierover waren geen duidelijke conclusies te trekken.

Inventarisatie weidevogels 1990 – 2021 Krimpenerwaard

Naast het onderzoek naar kuikenoverleving is er ook een inventarisatie gedaan om inzicht te krijgen in het effect van vernatting in polder de Nesse en de Berkenwoudse Driehoek op de verspreiding van moeras- en graslandvogels. Uit inventarisaties van weidevogels vanaf 1990 tot en met 2021 blijkt dat de aantallen broedparen van veel soorten weidevogels in de hele Krimpenerwaard geleidelijk afnemen. Deze afname is in natuurgebieden iets minder sterk dan in de hele waard. De onderzoekers constateren een toename van de broedparen weidevogels binnen het natuurgebied de Nesse dat 7 jaar geleden is ingericht. Deze toename is verklaarbaar door vernatting van dit natuurgebied als gevolg van verhoging van het waterpeil met de inrichting. Kennelijk heeft die vernatting een aantrekkende werking op potentiële broedvogels.
Ondanks dat blijkt uit de eerdergenoemde onderzoeken over kuikenoverleving specifiek voor de grutto een laag broedsucces in deze gebieden. Beide factoren zijn van belang voor een duurzame populatie.

Onderzoek inzaaien en doorzaaien kruidenrijk grasland

Een van de maatregelen in het verbeteren van vegetatie voor weidevogels is het aanleggen van kruidenrijk grasland. Kruidenrijk grasland biedt voedsel voor kuikens door een groter aanbod aan insecten en meer structuur en dus dekking tegen predatoren. Daarom is er onderzoek gedaan naar de mogelijkheden van het realiseren van kruidenrijk grasland door inzaaien of doorzaaien en de effecten op biodiversiteit. Dit onderzoek vond plaats in 4 gebieden in Zuid-Holland: Hollandse Venen, Krimpenerwaard, Alblasserwaard & Vijfheerenlanden en Zuid-Hollandse Eilanden. Bij inzaaien worden de zadenmengsels aangebracht op een kale omgewerkte bodem, terwijl bij doorzaaien de zadenmengsels worden aangebracht op een al aanwezig kruidenarm grasland. “Doorzaaien” leidt in alle gebieden tot een gemiddeld hogere bedekking van bloemen en kruiden. “Inzaaien” geeft meer verschillende bloemen en kruiden dan “Doorzaaien”. Dit leidt echter niet in de aanwezigheid van weidevogels, Dit kan waarschijnlijk verklaard worden, doordat een dichte hoogopgaande vegetatie vaak ontstaat door de hoge voedselrijkdom en droogte op de percelen. Vernatting of de combinatie van inzaaien met een meer schrale bodem levert mogelijk meer succes op voor weidevogels.

Vervolgstappen

De onderzoeken over broedsucces zijn besproken met betrokken partijen tijdens een kennissessie op 5 februari 2024. In deze sessie werd onderkend dat predatie een belangrijke factor is voor de kuikenoverleving, evenals de vegetatie. Daarnaast was er aandacht voor de invloed van vernatting en het waterpeil op de vegetatie. De onderzoeken geven aanwijzingen aan welke knoppen betrokkenen kunnen draaien om het broedsucces van weidevogels te verhogen. Hiervoor is samenwerking op gebiedsniveau cruciaal. Op alle punten worden daarvoor de komende tijd stappen gezet.

Onderzoeken zijn te vinden via onze pagina Actieplan Boerenlandvogels.

De provincie Zuid-Holland heeft samen met haar partners een Actieplan Boerenlandvogels 2019-2027 ontwikkeld. Dit Actieplan is opgesteld in samenwerking met BoerenNatuur Zuid-Holland, de gebiedscollectieven voor het Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer, de terreinbeherende organisaties, de Natuur en Milieufederatie Zuid- Holland, de Groene Motor en het kennisteam agrarisch natuurbeheer van de provincie Zuid-Holland.

MEER

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter