Bachs Matthäus Passion laat niemand onberoerd


Het is een jaarlijks terugkerend ritueel op en rond Goede Vrijdag: de uitvoering van de Matthäus Passion. Het indrukwekkende meesterwerk van Johann Sebastian Bach (1685-1750) dat het lijden en sterven van Jezus Christus verbeeldt volgens het evangelie van Mattheüs, het eerste boek van het Nieuwe Testament uit de Bijbel. De première vond plaats op Goede Vrijdag 1729 in de Thomaskirche te Leipzig, onder leiding van Bach zelf. Bach, die naast componist ook organist, klavecinist, adviseur bij orgelbouw, dirigent en muziekdocent was, componeerde het stuk specifiek voor gebruik in de Lutherse eredienst.


Bachs beroemde oratorium (geestelijk muziekstuk voor orkest, zangsolisten en koor met vaak een verteller) bestaat uit twee delen. Het eerste deel begint, na koorzang als introductie, met het optreden van Jezus kort voor zijn ondergang en ergernis over dat optreden bij zowel zijn volgelingen als de ‘kerkleiding’ van hogepriesters en schriftgeleerden binnen het toenmalige Jodendom. De handeling wordt voortgezet met het verraad, tegen beloning, door Judas (één van de twaalf volgelingen van Jezus) en het Laatste Avondmaal. Deze maaltijd herinnert aan de uittocht van de tot slaaf gemaakte Joden uit Egypte, en loopt vooruit op de Eucharistie (rk) en het Heilig Avondmaal (protestants). .De ‘Judaskus’ en de arrestatie van Jezus in de Hof van Getsemané vormen het einde van deel I. In het tweede deel staan de berechting van Jezus, zijn dood aan het kruis (“Het is volbracht”) en zijn graflegging centraal.

‘De Mattheüs’ is opgebouwd uit recitatieven (zangstukken in spreekstijl), koralen (liederen) en aria’s (liederen voor één zangstem die een gevoel uitdrukken). De muziek is zeer beeldend, bijvoorbeeld in het koorgedeelte ‘Sind Blitze, sind Donner in Wolken verschwunden?’ (‘Zijn bliksem en donder in de wolken verdwenen?’), volgend op de ‘Judaskus’ en Jezus’ gevangenneming.

Raam Sint Janskerk Gouda, fragment Het laatste Avondmaal, uit 1557. Dit ‘glas’ van Dirck Crabeth werd vóór de Reformatie geschonken door de vijand uit de
80-jarige oorlog, Koning Philips II van Spanje. Ook afgebeeld is zijn gemalin Mary Tudor, koningin van Engeland. Foto Willem IJdo

‘Ouderwets’

Na Bachs dood raakte de Matthäus Passion vergeten, want al in de tweede helft van de 18e eeuw – de tijd van Mozart – vond men het stuk ouderwets. Componist Felix Mendelssohn-Bartholdy (1809-1847) haalde de partituur (overzicht in notenschrift) onder het stof vandaan en voerde de passiemuziek in 1840 opnieuw uit te Berlijn. Sindsdien heeft het werk internationale aandacht gehouden. Door de tijd heen is en wordt de Mattheüspassie meer romantisch gebracht (zware koorbezetting, langzamer tempo, sterk vibrato, eigentijdse instrumenten), of meer in 18e
-eeuwse barokstijl (kleinere koren, vlotter tempo, transparantie, strakker spel en barokinstrumenten of replica’s daarvan).

Nergens vertolken zoveel gezelschappen Bachs passiemuziek als in Nederland. Wat daarvan precies de oorzaak is, valt moeilijk te achterhalen, maar vast staat dat prominente uitvoeringen, media-aandacht sinds de opkomst van de radio en een grote dichtheid aan koren tot nu toe een rol van betekenis hebben gespeeld.

Ook in de 20e eeuw is passiemuziek gecomponeerd door onder anderen Frank Martin (‘Golgotha’), Krzysztof Penderecki (Lukaspassie) en Arvo Pärt (Johannespassie). Daarnaast inspireert de geschiedenis van Jezus’ lijden en sterven ook vandaag de dag nog velen. Uitvoeringen van de rockopera ‘Jesus Christ Superstar’ en het passiespektakel ‘The Passion’ bewijzen dat. Terwijl in de Mattheüspassie het godsdienstige wordt benadrukt, ligt het accent in de laatste twee op het menselijk-psychologische: vriendschap, liefde, trouw en ontrouw, twijfel, verloochening, berouw (na de zonde), wegkijken, je snor drukken ondanks mooie beloften en doodsangst, maar ook berusting en overgave.

Willem IJdo

MEER

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter