Van glisser tot klapschaats

Tekst: Eke Vos

Regio – Sinds een paar dagen zijn we “in de ban van de winter’. Niet alleen bij de Friezen begint een schaatskoorts als het gaat vriezen en het eerste laagje natuurijs groeit. Eenden kunnen al op het water staan en wij willen schaatsen! Het liefst een tocht of een marathon! Natuurlijk op natuurijs.De Elfstedentocht is al lang niet meer gereden. Er was wel een alternatief door hem te zwemmen als sponsortocht voor kankeronderzoek. Ook een enorme prestatie, maar geen schaatsevenement!

Ondanks de warmere winters is Nederland nog altijd een schaatsland bij uitstek. Grote namen uit heden en verleden herinneren aan de vele triomfen die landgenoten op het ijs vierden. Heel wat Nederlanders zitten bij de Europese-, de wereldkampioenschappen, de Olympische Spelen en niet te vergeten de genoemde Elfstedentocht.

Nu

We zitten aan de buis gekluisterd om maar niets te missen van de baantjes in Thialf of elders in bijvoorbeeld Noorwegen of Canada. Weliswaar op kunstijs en rondjes van 400 mtr, maar toch! Wie herinnert zich niet de wollen trui van Kees Verkerk en de rivaliteit tussen hem en Ard Schenk. Namen uit het verleden en tijden uit het verleden. De kleding en voeding is met de training niet te vergelijken met de accommodaties en voorbereidingen van nu. Ging het om minuten, nu gaat het om tienden of zelfs honderden van seconden!

Vallen en opstaan

Leden van de wijdvertakte Zuid-Nederlandse schilders familie Breughel legden in de zestiende eeuw voor het nageslacht tal van tafereeltjes vol ijsvermaak vast. Kinderen staan in ons land al jong op de schaats. Zich al of niet voortbewegend achter een stoel, wordt de kunst van het schaatsen onder de knie gekregen. Maar voordat het zover is wordt menig maal op stevige wijze kennis gemaakt met de harde ijsvloer.

Vroeger

Schaatsen als middel om zich op het bevroren water voort te bewegen, was al bekend bij de primitieve mens. Men waagde zich op het ijs met zogenaamde glissers (glijders). Met behulp van beenderen (van paard, koe of hert) probeerden de schaatsers vooruit te komen. De botten werden aan één kant zo glad mogelijk geslepen. Om het bot aan de voet te bevestigen, werden er in de zijkanten gaten geboord. Hierdoor werden stokjes gestoken en vervolgens met behulp van pezen of palingvellen aan de voet bevestigd, waarna de ijspret kon beginnen.

Om vaart te krijgen werd gebruik gemaakt van een of meerdere stokken met een scherpe punt waarmee werd afgezet. Ook in het Reeuwijkse Streekmuseum is in de oude boerderij een collectie oude schaatsen te zien. Waaronder een glisser (glijbot) en een oud kinderschaatsje. In de loop der tijd kreeg de glisser tal van opvolgers. We noemen de Hollandse schaats (17e eeuw), de oude Friese schaats (doorloper), de Whittlesea-runner, de koninginneschaats, de baanschaats, de Wichers-de Salisschaats, de kunstschaats, de houten Noor en de stalen Noor, om er maar een aantal te noemen. Bij wedstrijdrijders maar ook bij alle amateurs inmiddels, die een beetje afstand willen schaatsen, zijn momenteel de klapschaatsen erg in trek. Zij zorgen voor een stabiele en efficiënte overbrenging van de kracht en de energie tijdens de schaatsbeweging.

Bron: Reeuwijkse reeks

Met dank aan het Streekmuseum Reeuwijk

MEER

Deel dit bericht:

Facebook
Twitter