Het Mirakel van de Vier Essenbrug in Reeuwijk

Foto: Cornelis Hagen

Aan het eind van de ‘s-Gravenbroekseweg, waar de weg zich in beide richtingen splitst in de Zoetendijk, stond tot aan het einde van de jaren ’60 van de vorige eeuw een houten ophaalbrug. Deze brug, die bekend stond als de Vier Essenbrug, werd vernoemd naar vier essenbomen die majestueus naast de brug stonden. Inmiddels staat er een witte villa, maar nog steeds verwijst de naam op het hek naar een verhaal naar het Mirakel van de Vier Essenbrug, dat teruggaat naar vervlogen tijden. Het verhaal begint echter vele eeuwen eerder. Rond 1690, toen de Vier Essenbrug voor het eerst verscheen op de waterschapskaart van Dou in 1687. De brug fungeerde als een belangrijk symbool, maar het was de aanwezigheid van de vier essenbomen die een unieke wending aan het verhaal gaven.

In de zeventiende eeuw was de Hervorming in Nederland in opkomst, maar het platteland hield nog stevig vast aan zijn oude geloofstradities. In Sluipwijk werd op Maria Hemelvaart, 15 augustus, een processie gehouden naar en rond de kerk. Deze processie was een eerbetoon aan de oude Rooms-Katholieke tradities die in stand werden gehouden, zelfs te midden van de religieuze veranderingen.

In 1657 besloten de dorpsbestuurders van Sluipwijk echter dat de takken van de vier essenbomen te ver overhingen, wat hinder veroorzaakte voor de boerenwagens die beladen met hooi over de wegen reden. De oplossing leek eenvoudig: de bomen kappen en het hout verkopen aan een meubelmaker in Gouda.

RR7 Vieressenbrug

Het kappen van de bomen bleek echter een wonderlijke uitdaging te zijn. De houthakkers, die een hele dag bezig waren met de taak, ontdekten de onverwachte kracht van de essen. Terwijl de bomen werden omgehakt, viel een spaander in het water en kwam na enige tijd weer bovendrijven, versierd met afbeeldingen van kruizen en Mariabeelden. Bij het uitgraven van de wortels kwam een tweede kruis naar boven, met een menselijk gezicht erop.

Deze gebeurissenissen veranderden het verloop van de geschiedenis. De spaander werd uiteindelijk als een relikwie beschouwd en belandde in Antwerpen. Voor de Goudse meubelmaker die het hout had gekocht, was het een lucratieve zaak. Veel Rooms-Katholieken bestelden bij hem bidstoelen die waren gemaakt van het bijzondere hout.

Maar het Mirakel van de Vier Essenbrug hield niet op bij dit wonder. De eigenaar van het land waar de essen stonden, beweerde getuige te zijn geweest van een tweede wonder. Terwijl de bomen nog aan de kant van de sloot lagen, verschenen er plotseling kleine ‘Jezus-mannetjes’ in het water. De boer, een eenvoudige man, overtuigd van het verband met het kappen van de bomen, was diep onder de indruk.

Het blijft een intrigerend verhaal, waarbij de vraag oprijst of het werkelijk gebeurd is. Slechts één bron heeft dit verhaal overgeleverd, en deze bron, dominee Jacobus Sceperus, staat bekend om zijn felheid tegen andersdenkenden. Desondanks blijft het Mirakel van de Vier Essenbrug een fascinerende herinnering aan de rijke geschiedenis en geloofstradities van het platteland van Nederland. De brug en de essen zijn misschien verdwenen, maar hun verhaal leeft voort als een testament van voorbije tijden.

Bron: Reeuwijkse Reeks nr. 7, aug 1994, Streekmuseum Reeuwijk

MEER

Deel dit bericht:

Facebook
WhatsApp