We zouden haar nu een ’tough cookie’ of respectvol ‘stoer’ noemen. De inmiddels 86-jarige Zuster Jeannette van Paassen geniet tegenwoordig van haar ‘pensioen’ in het klooster van de zusters Franciscanessen in Aerdenhout. Rustig aan doen is er overigens niet bij. Zuster Thed, zoals ze liefdevol door haar familie wordt genoemd, is nog steeds intensief betrokken bij de Stichting Harapan Jaya in Sumatra. Zo zit ze niet alleen in het bestuur van de stichting. Ook heeft ze regelmatig nog adviserend contact met ‘de werkvloer’ in Indonesië.
Het revalidatiecentrum in Pematang Siantar (Noord Sumatra) is in 1981 gesticht door Zuster Jeannette. Hoewel de oprichting van de stichting vanuit de katholieke missie kwam, wordt in het centrum hulp geboden aan gehandicapten, ongeacht hun religieuze of politieke overtuigen. Vooral kinderen en jong volwassen. Het complex heeft niet alleen de faciliteiten om te opereren en op te vangen voor langdurige revalidatie. Het bestaat ook uit een werkplaats, waar orthopedische hulpmiddelen worden vervaardigd. Een timmerwerkplaats, waar het vak van meubelmaker geleerd kan worden en een naaiatelier. Bovendien is er een kleuter- en lagere school en worden steeds vaker weeskinderen opgevangen. Inmiddels werken er zo’n 50 mensen, waaronder 28 met een handicap. Sinds de oprichting zijn in Harapan Jaya ruim 7.500 kinderen geholpen aan hun handicap. Onder meer door specialistische teams die het hele jaar door vanuit Nederland overkomen.

De missie
Zuster Jeannette wist overigens al op jonge leeftijd dat ze ‘de Katholieke missie’ in wilde. Geïnspireerd door het verhaal dat ze op de kleuterschool hoorde over het erbarmelijke leed in Indonesië. Van huis uit kreeg ze het gevoel voor rechtvaardigheid door haar vader met de paplepel ingegoten. Het ondernemende heeft ze naar – eigen zeggen – van haar moeder.
De keuze om in te treden bij de zusters Franciscanessen was geen logische stap voor de gedreven jonge vrouw. “Je kunt maar beter voor een andere orde kiezen, want wij gaan niet meer naar Indonesië”, kreeg ze destijds te horen. Het schrok haar niet af. Integendeel, “Dat zullen we nog wel eens zien, let maar op!”, was haar kordate antwoord.
Na haar noviciaat (proeftijd in het klooster) en opleiding tot verloskundige vertrok de vastberaden Zuster toch naar ‘haar’ Indonesië. Samen met een medezuster. Toen nog wekenlang op boot tussen alleen maar mannen. Niet bepaald een veilige omgeving voor twee jonge vrouwen en er waren dan ook een aantal momenten die we nu als grensoverschrijdend en intimiderend zouden omschrijven.
Zo stelde Zuster Jeannette voor om een van de ernstig ziek geworden matrozen te behandelen met een simpel infuus dat ze bij zich had. Maar van de kapitein kreeg ze te horen dat ze patiënt eerder zou redden door met hem naar bed te gaan. “Dacht het niet!”, was haar reactie. Na al die jaren schieten de ogen van Zuster Jeannette nog steeds vuur wanneer ze vertelt dat de volgende morgen de onfortuinlijke matroos was overleden. Terwijl het zo eenvoudig was geweest hem te redden.

Een katholiek die in de missie zit
Eenmaal aan de slag op Sumatra kwam de vraag voorbij of de Zuster geen interesse had in een project voor gehandicapte kinderen. Men was op zoek naar ‘het liefst een katholiek die in de missie zat‘. “Niet omdat katholieken beter zouden zijn”, vult Zuster Jeannette nadrukkelijk aan. Integendeel het was puur praktisch. Katholieke missionarissen hadden nu eenmaal niet de zorg voor een eigen gezin en bleven daarom langer in het land.
Dat Harapan Jaya zou uitgroeien tot een revalidatiecentrum met uitgebreide faciliteiten, had Zuster Jeannette nooit voorzien. Integendeel. Zowel de Overste van haar orde als de lokale autoriteiten vonden het maar onzin om ‘iets te doen‘ voor gehandicapten. Maar de Franciscanesse was stellig in haar overtuiging: “Juist deze mensen moeten gezien worden. Door te helpen geef je ze een menswaardige toekomst en de kans op een eigen inkomen.”
Haar pleidooi viel uiteindelijk in vruchtbare aarde. Ondanks alle weerstand stelde het hoofd van de provincie alsnog 2 hectare grond ter beschikking. “Dat heb ik die Zuster in de blauwe jurk beloofd”, was zijn antwoord op het protest van de ambtenaren.




Vastenactie
De band die Zuster Van Paassen heeft met de parochie Sint Jan de Doper is via haar neef, die ook koos voor het religieuze leven. Kapelaan Van Paassen. Inmiddels is de kapelaan verbonden aan een andere parochie, maar nog steeds is er een warme band met zijn voormalige parochianen.


Het idee om met name het Zuster Antonia Project te steunen ontstond binnen de parochie vlak voor corona. Het project, vernoemd naar initiatiefneemster (mede) Zuster Antonia, maakt deel uit van de Stichting Harapan Jaya. Het heeft specifiek de doelstelling geld in te zamelen voor weeskinderen of kinderen wiens ouders (vervolg) onderwijs niet kunnen betalen. Inmiddels is Zuster Antonia overleden, maar haar project bestaat nog steeds en ondersteund de schoolvoorzieningen van (wees)kinderen die niet alleen naar de lagere, maar ook de middelbare school en zelfs de universiteit gaan.
“Het is een belangrijk fonds dat het verschil kan maken voor de toekomst van een kind,” licht de kapelaan toe. “Er is de wil en het talent bij de kinderen om verder te komen in het leven en iedere bijdrage, groot of klein, in deze veertigdagentijd is meer dan welkom“.
Meer informatie over de Vastenactie van Parochie Sint Jan de Doper is te lezen op de website



